Graafschap kwintet -Mozart Beethoven twee zielsverwanten-

Graafschap kwintet -Mozart Beethoven twee zielsverwanten-

Zaterdag 24 april 2027
Lutherse kerk 20.00 uur

Graafschap kwintet -Mozart Beethoven twee zielsverwanten-

Beethoven heeft zijn Pianokwintet Op. 16 bewust gemodelleerd naar Mozarts KV 452: beide werken hebben dezelfde bezetting (piano + hobo, klarinet, fagot, hoorn) en staan in Es-groot, en volgen een driedelige vorm met een groot openingsdeel, een lyrisch middendeel en een speels rondo-slot.  Hoewel Beethoven Mozarts werk duidelijk als formeel en stilistisch model neemt, klinkt op. 16 al merkbaar beethoveniaanser: dramatischer, retorischer, met een grotere rol voor de piano en een voller, soms bijna symfonisch karakter. Mozart blijft in KV 452 transparanter en kamermuzikaler, met elegante, melodische lijnen en evenwichtige verdeling tussen de instrumenten.

 

€32,-

Categorie:

Beschrijving

Mozart – Kwintet voor blazers en piano in Es KV 452

Beethoven – Kwintet voor blazers en piano in Es op. 16

 

Beethoven heeft zijn Pianokwintet Op. 16 bewust gemodelleerd naar Mozarts KV 452: beide werken hebben dezelfde bezetting (piano + hobo, klarinet, fagot, hoorn) en staan in Es-groot, en volgen een driedelige vorm met een groot openingsdeel, een lyrisch middendeel en een speels rondo-slot.   

Hoewel Beethoven Mozarts werk duidelijk als formeel en stilistisch model neemt, klinkt op. 16 al merkbaar beethoveniaanser: dramatischer, retorischer, met een grotere rol voor de piano en een voller, soms bijna symfonisch karakter. Mozart blijft in KV 452 transparanter en kamermuzikaler, met elegante, melodische lijnen en evenwichtige verdeling tussen de instrumenten.   

Beide werken worden vaak samen genoemd als kernrepertoire voor piano en blazers, waarbij Beethoven voortbouwt op Mozarts voorbeeld maar tegelijkertijd zijn eigen expressieve stijl ontwikkelt. Het is dus geen imitatie, maar een respectvolle navolging met een eigen signatuur.

Het Graafschap ensemble gebruikt op authentieke instrumenten en   

Paul van der Linden hobo   

Joost Hekel klarinet   

Hylke Rozema natuurhoorn  

Takako Kunigi fagot   

Lucy de Saint Vincent fortepiano (Walter uit 1810-kopie)  

Bezetting en toonsoort 

  • Beide werken zijn geschreven voor piano, hobo, klarinet, fagot en hoorn en staan in Es‑groot.
  • Beethoven hergebruikt de muziek vrijwel één op één in een versie als pianokwartet met strijkers; de windversie blijft daarbij sterk schatplichtig aan Mozart als model voor het genre “piano plus blazers”.

Vorm en globale opzet 

  • Beide kwintetten hebben drie delen: een omvangrijk eerste deel met langzame inleiding, een lyrisch middendeel en een speels rondo‑slot in concertante stijl.
  • De parallellen zijn zo duidelijk dat musicologen KV 452 expliciet als formeel model voor op. 16 noemen, vergelijkbaar met hoe Mozart‑werken prototype zijn geweest voor andere vroege Beethoven‑werken.

Stijl en karakter 

  • Mozart is in KV 452 meer uitgebalanceerd kamermuzikaal: de blazers krijgen veel karaktervolle soli en de tekstuur is doorgaans transparant en elegant.
  • Beethoven schrijft in op. 16 een zwaardere, meer symfonisch‑retorische toon, met een ernstiger, uitgebreid Grave‑begin en een virtuozer, bijna concertant uitgewerkte pianopartij, al blijft de sfeer over het geheel relatief “vroeg‑klassiek” en Mozartiaans vergeleken met zijn latere stijl.

Betekenis van de relatie 

  • In de literatuur worden KV 452 en op. 16 vaak samen genoemd als “twee kwintetten” die het kernrepertoire vormen voor piano en blazers en tegelijk mooi laten horen hoe Beethoven uitdrukkelijk bij Mozart aansluit om vervolgens zijn eigen profiel te ontwikkelen. 
  • De verhouding is dus: niet imitatie in de zin van kopie, maar een respectvolle, zeer bewuste navolging qua concept, waarin Beethoven de grenzen van virtuositeit, dramatische schaal en klankdichtheid al merkbaar opschuift voorbij Mozart.

Spelen op oude muziekinstrumenten 

Het Graafschap kwintet speelt op oude muziekinstrumenten – onder meer een natuurhoorn uit de zeventiende eeuw en een hobo van buskushout. Het verschil met moderne instrumenten is ongeveer het verschil tussen het rijden in een auto met of zonder stuurbekrachtiging – met oude instrumenten moet je veel harder werken, en een slechte chauffeur loopt echt kans dat hij uit de bocht vliegt. 

Oudere instrumenten hebben dan weer het voordeel dat componisten vaak specifiek voor dat instrument hebben geschreven – een hobo die van buskushout is gemaakt heeft toch een warmere klank, en heeft meer ruimte voor de lagere regionen dan een hobo die van een hardere houtsoort is gemaakt, waarbij de hoge tonen nogal prominent naar voren treden. 

Instrumenten met karakter vergen duidelijk meer van musici, laat dat duidelijk zijn, en het mooie aan het Graafschap ensemble is dat ze speelden alsof het gemakkelijk is. Het klinkt allemaal soepel, vloeiend en soms, zoals bij Beethoven, zelfs ronduit swingend. 

 

Hoe verschilt de uitvoeringspraktijk van de barokperiode van de moderne aanpak? 

De barokke uitvoeringspraktijk kent kortere frasen en subtiele dynamische verschillen. Dat staat haaks op de klassieke en latere periodes met vaak lange, vloeiende fraseringen. De latere muziek smeert de noten meer uit, waarbij de hoge klanken vaak letterlijk de lage klanken ‘wegsmeren’. Bij de oude muziekpraktijk is dit veel minder het geval. Ook wordt er minder vibrato gebruikt, waardoor de harmonie in z’n geheel beter hoorbaar blijft. Dit zorgt voor een levendig, bijna lichtvoetig en transparant klankbeeld, waarin alle partijen goed hoorbaar blijven. Wist je dat in de baroktijd lange tonen zelden op exact hetzelfde volume werden gespeeld? Technisch was dit voor strijkers bijvoorbeeld niet mogelijk omdat de strijkstokken lichter van gewicht waren, waardoor een lange noot aan het einde van de strijkstok vanzelf een decrescendo kreeg. Dit gaf de muziek een natuurlijk, ademend karakter. 

 

 

 

€32,-

Ga naar de bovenkant