Beschrijving
Gouden Melodieën: Muzikale Schatten van de 16e en 17e eeuw
Muziek van Dowland, Sweelinck, Gombert, van Eyck en meer.
Wat verleent een melodie haar blijvende waarde? In de zestiende en zeventiende eeuw circuleerden melodieën door heel Europa als herkenbare en geliefde bouwstenen van het muzikale repertoire. Zij verschenen in uiteenlopende gedaanten: als lied, als meerstemmige compositie en als basis voor instrumentale bewerkingen. Hun kracht lag in hun helderheid en flexibiliteit: zij waren zowel zelfstandig overtuigend als uitermate geschikt voor verdere uitwerking.
Een bekend voorbeeld is de Lachrimae van John Dowland, een melodie die zich in talrijke versies over Europa verspreidde. Componisten en uitvoerders bewerkten haar voor verschillende bezettingen en contexten, waarbij telkens nieuwe expressieve mogelijkheden werden verkend. Dergelijke praktijken weerspiegelen een muzikaal denken waarin compositie en uitvoering nauw met elkaar verweven zijn.
Binnen deze traditie neemt de kunst van de diminutie een centrale plaats in. Diminuties, het verfijnen en uitbreiden van een melodische lijn door middel van ornamentatie en variatie, vormden een essentieel onderdeel van de uitvoeringspraktijk. In traktaten zoals La Fontegara (1535) beschrijft Sylvestro Ganassi hoe instrumentalisten een melodie kunnen transformeren tot een expressieve, bijna retorische uiting. Het instrument wordt daarbij niet louter gezien als drager van noten, maar als medium dat de kwaliteiten van de menselijke stem kan benaderen: articulatie, adem, en overtuigingskracht.
Ook in Noord-Europa kreeg deze praktijk een eigen invulling. In Jacob van Eycks Der Fluyten Lust-Hof worden eenvoudige melodieën uitgewerkt tot uitgebreide variatiereeksen, waarin de oorspronkelijke lijn steeds herkenbaar blijft, maar tegelijkertijd wordt verrijkt en verdiept. Vergelijkbare benaderingen vinden we bij componisten als Jan Pieterszoon Sweelinck en Johann Schop, die elk op hun manier bijdragen aan een cultuur van melodische transformatie.
Dit programma brengt deze verschillende perspectieven samen. Het vertrekt vanuit de melodie in haar meest directe vorm, in chansons, madrigalen en dansen, en volgt vervolgens haar bewerkingen in instrumentale en virtuoze contexten. Daarbij wordt hoorbaar hoe één en dezelfde muzikale gedachte zich kan ontwikkelen tot een veelvormig en expressief geheel.
De metafoor van het edelmetaal kan hierbij verhelderend zijn: een melodie bezit een intrinsieke kwaliteit die haar waardevol maakt, maar deze kwaliteit komt op verschillende manieren tot uitdrukking afhankelijk van de bewerking en context. Diminuties en arrangementen voegen geen wezenlijk nieuw materiaal toe, maar onthullen en articuleren wat reeds besloten ligt in de lijn zelf.
Gouden Melodieën nodigt uit tot het beluisteren van dit spanningsveld tussen eenvoud en uitwerking. Het programma toont hoe melodieën functioneren als duurzame dragers van muzikale betekenis, en hoe zij, door de hand van de uitvoerder, telkens opnieuw vorm en expressie krijgen.
Anna Stegmann, Georg Fritz – blokfluiten
Eva Saladin- viool
Anne-Linde Visser – viola ga gamba
Andrea Friggi – klavecimbel
Programma
Ballo del Granduca
Emilio de’ Cavalieri O che nuovo miracolo [a3 & a5]
(c. 1550 – 1602) uit: Intermedii et concerti (Giacomo Vincenci, Venetïe, 1591)
Attr. Jan Pieterszoon Sweelinck Ballo del Gran Duca (SwWV 319)
(1562 – 1621)
Onder een Linde Groen
Melodie traditioneel Solo fluit
Nicolaes Vallet Onder de Linde Grune
(c. 1582 – c. 1 645) Nr. 12 uit Apolloos soete lier (Amsterdam, 1642), deel III
Jan Pieterszoon Sweelinck Onder een Linde Groen (SwWV 325)
Dezilde al cavallero
Nicolas Gombert Dezilde al cavaler que non se quelle
(1495 – 1560) uit: Cancionero de Uppsala, Venice (1556)
Diminuties: Anna Stegmann
Antonio de Cabezón Diferencias sobre el canto llano del caballero
(1510 – 1566) arr. Anna Stegmann
Cristóbal de Morales Missa Desilde al cavallero
(c. 1500 – 1553) Biblioteca Ambrosiana, MS E.46 Inf., (Milan, voor 1535)
Susanne un jour
Didier Lupier Susanne un jour [a4]
(c. 1520 – 1559) Premier livre de chansons spirituelles (Lyon, 1548)
Orlando di Lasso Susane un jour
Diminuties: Bartolomé de Selma y Salaverde (c. 1595– na 1638)
“Susana pasegiata per basso solo”
uit: Canzoni, fantasie et correnti (Venetië, 1638)
Improvisatie: Eva Saladin
Est-ce Mars?
Johan van Eyck Est-ce Mars
uit: Der Fluyten Lust-hof (Amsterdam, 1640s)
Pierre Guédron Est-ce Mars le grand dieu des alarmes
uit: Ballet pour Madame, Airs de cour à quatre et cinq parties
(Paris, 1613)
Samuel Scheidt Canzon super Cantionem Gallicam (SSWV 67)
uit: Ludi musici I (Hamburg, 1621)
Lachrimae
Jan Pieterszoon Sweelinck Pavana Lachrymae (SwWV 328)
naar John Dowland
Johann Schop Lachrimae Pavan
(c. 1590 – 1667) uit: ’t Uitnemend Kabinet (Amsterdam, 1646)
John Dowland Lachrimae Antiquae
uit: Lachrimae, or Seaven Teares (London, 1604)
Galliard to Lachrimae
uit: A Pilgrimes Solace (London, 1612)
Tarantella / Antidotum Tarantulae
Anonymous / naar Athanasius Kircher Tarantella – Antidotum Tarantulae
(1602–1680) Melodieën uit Magnes sive de arte magnetica (Rome, 1641)
arr. & diminuties: Ensemble Odyssee
€32,-
