Ensemble Odyssee-Gouden Melodieën-

Ensemble Odyssee-Gouden Melodieën-

Zondag 21 februari 2027
Lutherse kerk 15.00 uur

Gouden Melodieën: Muzikale Schatten van de 16e en 17e Eeuw 

Wat verleent een melodie haar blijvende waarde? In de zestiende en zeventiende eeuw circuleerden melodieën door heel Europa als herkenbare en geliefde bouwstenen van het muzikale repertoire. Zij verschenen in uiteenlopende gedaanten: als lied, als meerstemmige compositie en als basis voor instrumentale bewerkingen. Hun kracht lag in hun helderheid en flexibiliteit: zij waren zowel zelfstandig overtuigend als uitermate geschikt voor verdere uitwerking. Muziek van Dowland, Sweelinck, Gombert, van Eyck en meer. 

 

€32,-

Categorie:

Beschrijving

Gouden Melodieën: Muzikale Schatten van de 16e en 17e eeuw 

Muziek van Dowland, Sweelinck, Gombert, van Eyck en meer. 

Wat verleent een melodie haar blijvende waarde? In de zestiende en zeventiende eeuw circuleerden melodieën door heel Europa als herkenbare en geliefde bouwstenen van het muzikale repertoire. Zij verschenen in uiteenlopende gedaanten: als lied, als meerstemmige compositie en als basis voor instrumentale bewerkingen. Hun kracht lag in hun helderheid en flexibiliteit: zij waren zowel zelfstandig overtuigend als uitermate geschikt voor verdere uitwerking. 

Een bekend voorbeeld is de Lachrimae van John Dowland, een melodie die zich in talrijke versies over Europa verspreidde. Componisten en uitvoerders bewerkten haar voor verschillende bezettingen en contexten, waarbij telkens nieuwe expressieve mogelijkheden werden verkend. Dergelijke praktijken weerspiegelen een muzikaal denken waarin compositie en uitvoering nauw met elkaar verweven zijn. 

Binnen deze traditie neemt de kunst van de diminutie een centrale plaats in. Diminuties, het verfijnen en uitbreiden van een melodische lijn door middel van ornamentatie en variatie, vormden een essentieel onderdeel van de uitvoeringspraktijk. In traktaten zoals La Fontegara (1535) beschrijft Sylvestro Ganassi hoe instrumentalisten een melodie kunnen transformeren tot een expressieve, bijna retorische uiting. Het instrument wordt daarbij niet louter gezien als drager van noten, maar als medium dat de kwaliteiten van de menselijke stem kan benaderen: articulatie, adem, en overtuigingskracht. 

Ook in Noord-Europa kreeg deze praktijk een eigen invulling. In Jacob van Eycks Der Fluyten Lust-Hof worden eenvoudige melodieën uitgewerkt tot uitgebreide variatiereeksen, waarin de oorspronkelijke lijn steeds herkenbaar blijft, maar tegelijkertijd wordt verrijkt en verdiept. Vergelijkbare benaderingen vinden we bij componisten als Jan Pieterszoon Sweelinck en Johann Schop, die elk op hun manier bijdragen aan een cultuur van melodische transformatie. 

Dit programma brengt deze verschillende perspectieven samen. Het vertrekt vanuit de melodie in haar meest directe vorm, in chansons, madrigalen en dansen, en volgt vervolgens haar bewerkingen in instrumentale en virtuoze contexten. Daarbij wordt hoorbaar hoe één en dezelfde muzikale gedachte zich kan ontwikkelen tot een veelvormig en expressief geheel. 

De metafoor van het edelmetaal kan hierbij verhelderend zijn: een melodie bezit een intrinsieke kwaliteit die haar waardevol maakt, maar deze kwaliteit komt op verschillende manieren tot uitdrukking afhankelijk van de bewerking en context. Diminuties en arrangementen voegen geen wezenlijk nieuw materiaal toe, maar onthullen en articuleren wat reeds besloten ligt in de lijn zelf. 

Gouden Melodieën nodigt uit tot het beluisteren van dit spanningsveld tussen eenvoud en uitwerking. Het programma toont hoe melodieën functioneren als duurzame dragers van muzikale betekenis, en hoe zij, door de hand van de uitvoerder, telkens opnieuw vorm en expressie krijgen. 

Anna Stegmann, Georg Fritz – blokfluiten

Eva Saladin- viool

Anne-Linde Visser – viola ga gamba

Andrea Friggi – klavecimbel

Programma

Ballo del Granduca

Emilio de’ Cavalieri                                   O che nuovo miracolo [a3 & a5]

(c. 1550 – 1602)                                             uit: Intermedii et concerti (Giacomo Vincenci, Venetïe, 1591)

 

Attr. Jan Pieterszoon Sweelinck              Ballo del Gran Duca (SwWV 319)

(1562 – 1621)

Onder een Linde Groen

Melodie traditioneel                                  Solo fluit

 

Nicolaes Vallet                                           Onder de Linde Grune

(c. 1582 – c. 1 645)                                        Nr. 12 uit Apolloos soete lier (Amsterdam, 1642), deel III

Jan Pieterszoon Sweelinck                        Onder een Linde Groen (SwWV 325)

 

Dezilde al cavallero

Nicolas Gombert                                        Dezilde al cavaler que non se quelle

(1495 – 1560)                                                  uit: Cancionero de Uppsala, Venice (1556)

                                                                       Diminuties: Anna Stegmann

 

Antonio de Cabezón                                  Diferencias sobre el canto llano del caballero

(1510 – 1566)                                                 arr. Anna Stegmann

Cristóbal de Morales                                 Missa Desilde al cavallero

(c. 1500 – 1553)                                             Biblioteca Ambrosiana, MS E.46 Inf., (Milan, voor 1535)

 

 

Susanne un jour

 

Didier Lupier                                              Susanne un jour [a4]

(c. 1520 – 1559)                                             Premier livre de chansons spirituelles (Lyon, 1548)

 

Orlando di Lasso                                        Susane un jour

Diminuties: Bartolomé de Selma y Salaverde (c. 1595– na 1638)
“Susana pasegiata per basso solo”
uit: Canzoni, fantasie et correnti (Venetië, 1638)

                                                                       Improvisatie: Eva Saladin

                                                        

 

Est-ce Mars?

 

Johan van Eyck                                           Est-ce Mars

                                                                       uit: Der Fluyten Lust-hof (Amsterdam, 1640s)                       

Pierre Guédron                                           Est-ce Mars le grand dieu des alarmes

uit: Ballet pour Madame, Airs de cour à quatre et cinq parties

(Paris, 1613)

 

Samuel Scheidt                                           Canzon super Cantionem Gallicam (SSWV 67)

                                                                       uit: Ludi musici I (Hamburg, 1621)

Lachrimae

 

Jan Pieterszoon Sweelinck                        Pavana Lachrymae (SwWV 328)

                                                                       naar John Dowland

 

Johann Schop                                Lachrimae Pavan

(c. 1590 – 1667)                                       uit: ’t Uitnemend Kabinet (Amsterdam, 1646)

John Dowland                                            Lachrimae Antiquae

uit: Lachrimae, or Seaven Teares (London, 1604)

 

Galliard to Lachrimae

uit: A Pilgrimes Solace (London, 1612)

 

 

Tarantella / Antidotum Tarantulae

 

Anonymous / naar Athanasius Kircher  Tarantella – Antidotum Tarantulae

(1602–1680)                                                    Melodieën uit Magnes sive de arte magnetica (Rome, 1641)

arr. & diminuties: Ensemble Odyssee

 

€32,-

Ga naar de bovenkant