Engelse muziek uit de zestiende en zeventiende eeuw. Werken van o.a. John Dowland, Henry Purcell, George Frederic Händel, John Blow, Francesco Corbetta en zgn. ‘masque dances...’ Het eerste deel van dit programma bevat instrumentale stukken uit de opera’s Solomon en Rodrigo van G.F. Händel, gelardeerd met stralende suites en virtuoze divisions van Henry Purcell en tijdgenoten. In de tweede helft van het concert klinken werken uit het Elizabethaanse Engeland. Hierin worden humoristische composities afgewisseld met zwaarmoedige Lacrimae. Uitdagend en vol spelplezier. L’Art du Bois bestaat uit een internationale groep musici die sinds 2004 in eigen arrangementen muziek uit de Renaissance en Barok brengt. Zij waren op verschillende Europese festivals voor Oude Muziek te horen en wonnen prijzen op het Internationale Van Wassenaer Concours in Den Haag en op concoursen in Brugge en Genua
De sonates van Schubert zijn, net als de Matthäus Passion, pas lang na hun ontstaan onder een breder publiek bekend geworden. Grote pleitbezorgers waren de Duitse pianist Edwin Fisher (in de jaren dertig) en de Oostenrijkse pianist Alfred Brendel. De laatste heeft in de jaren tachtig alle pianosonates van Schubert laten opnemen. En in de eerste decade van de huidige eeuw heeft Jan Vermeulen de sonates vastgelegd en wel op een pianoforte uit 1826. Het programma bestaat uit twee grote sonates (D 537 en D 960) die een aantal kleinere werken (twaalf dansen en twee impromptu's) flankeren. Jan Vermeulen stamt uit een muzikale familie. Zijn broer Dirk heeft vele malen met het NNO opgetreden. Naar aanleiding van de voltooiing van zijn Schubertopnames is Jan Vermeulen in 2010 uitgeroepen tot Belgisch musicus van het jaar.
Het instrument waarop gespeeld wordt is een Johann Nepomuk Tröndlin, gebouwd in Leipzig omstreeks 1830.
Concert in het kader van het Schubertfestival, in samenwerking met het NNO en De Oosterpoort
Zaterdagavond 17 maart 2012 zal de Lutherse kerk in het teken staan van Franz Schubert. De kerk wordt dan muzikaal omgetoverd in een Weense Salon, waar - uit met name de laatste rijpe scheppingsperiode - hoogtepunten uit Schuberts oeuvre ten gehore zullen worden gebracht met instrumenten, zoals Schubert ze zelf gekend heeft. De zangers en instrumentalisten zullen, net als op de Schubertiades in het Wenen van begin 19e eeuw, gegroepeerd staan om de fortepiano. Muziek en instrumenten zullen overeenkomen met die Weense situatie; u zult alleen de componist zelf met zijn karakteristieke krullen en ‘ziekenfondsbrilletje’ niet achter het klavier aantreffen….
Vooral rond 1820 werd in verschillende privé-salons in Wenen de ‘Schubertiade’ een begrip. Een avond lang werden dan met Schubert achter het klavier oudere en vooral nieuw geschreven instrumentale en vocale composities van Schubert uitgevoerd in een kring van aandachtig en ongedwongen luisterende vrouwen en mannen. Er zijn prachtige afbeeldingen bewaard van deze historische concerten, waarbij meteen in het oog valt dat publiek en uitvoerenden bijna één zijn.
Op 17 maart proberen we deze intieme, ongedwongen sfeer weer terug te halen, misschien wel met Sachertorte
Concert in het kader van het Schubertfestival, in samenwerking met het NNO en De Oosterpoort
Jaap ter Linden behoort tot de pioniers van de Europese barokmuziekpraktijk. Hij stond aan de wieg van verschillende barokensembles, was mede-oprichter van het ensemble Musica da Camera en eerste cellist van achtereenvolgens Musica Antiqua Köln, The English Concert en Ton Koopmans Amsterdam Baroque Orchestra. Jaap ter Linden is vooral bekend als solist en uitvoerder van kamermuziek, van de solosonates van Bach tot de cellosonates van Beethoven. Tegenwoordig treedt hij regelmatig op met violist John Holloway en klavecinist Lars Ulrik Mortensen en met pianist David Breitman. Sinds enkele jaren geniet Ter Linden tevens bekendheid als dirigent en staat hij in groeiende belangstelling van zowel gespecialiseerde als moderne orkesten. Hij dirigeerde werken van Bach tot symfonieën van Mozart en Beethoven.
Waar de harp lange tijd beperkt was in zijn mogelijkheden, zorgde de dubbelpedaalharp van de Franse instrumentenbouwer Sebastian Erard in 1810 voor een ware revolutie. In de opvoeding van dames van goede komaf rond 1800 speelde de harp een grote rol. Vaak leerden de jongedames zichzelf bij het zingen te begeleiden op de harp of de fortepiano. De gevoelige kant van de romantiek ontwikkelde zich als een tweede spoor naast de spectaculaire virtuozen die triomfen vierden op de grote podia van Europa.
In 1529 hoorden de Oostenrijkers voor het eerst de Janitsarenmusik, een ongekend wapen in de handen van de Turken en met zijn opzwepende kabaal het kenmerk van de opmars van een vastbesloten veroveraar. In de eeuwen daarna hadden niet zozeer de Turkse melodieën als wel de Turkse slaginstrumenten een enorme invloed op de westerse muziek: de grote trom, cymbalen, triangel en schellenboom. Zo werd tijdens de laatste decennia van de 18e eeuw de ‘Turkse Muziek’ toegevoegd aan de ‘Harmoniemusik’ bestaande uit het klassieke blaasoctet. Soms was Turkse Muziek een verzamelnaam voor alle slaginstrumenten en vaak zelfs voor het hele ensemble. Het kon ook genoemd worden naar de openluchtfunctie (‘Feldmusik’) of naar het Turkse elitekorps Janitsaren. Ottetto Amsterdam en verzamelaar en percussionist Maarten van der Valk spelen het bijzondere repertoire voor Janitsarenmusik op originele blaasinstrumenten en authentiek slagwerk. Beleef de fascinerende combinatie van de kleuren van de historische blaasinstrumenten met de 18e-eeuwse schellenboom, triangel, bekkens, trommen, pauken en cimbalen.
Binnen het oeuvre van Bachs cantates nemen zijn wereldse of seculiere cantates een bescheiden plaats in. Tegenover bijna tweehonderd religieuze cantates staan slechts een handjevol werken met een wereldse thematiek. Dat zijn dan doorgaans theatraal opgezette werken, een soort van operascènes in miniatuur. Dat is zeker zo voor de Kaffeekantate BWV 211 en de Bauernkantate BWV 212. Deze humoristische, vaak ironische muziek, die vrijelijk gebruik maakt van volksdeuntjes en klankimitaties (zoals de doedelzakimitatie in zang en begeleiding van het slotkoor van de 17 'boerencantate') toont hoe vlotjes Bach ernstige kerkmuziek met seculiere composities kon afwisselen. Het Luthers Bach Ensemble (LBE) uit Groningen is voortgekomen uit de wens Bachcantates ten gehore te brengen. Het voert deze uit op authentieke instrumenten en historische locaties (bij voorkeur oude kerken) met name in het noorden van Nederland en Duitsland. Het LBE wordt geleid door oprichter en artistiek leider Tymen Jan Bronda